Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Nieuws


Datum en nieuws - mei 2017:


18 mei 2017
Gevangenisstraf voor medeplegers (poging) afdreiging seksfilmpjes

'De rechtbank Noord-Holland heeft twee mannen veroordeeld tot gevangenisstraffen van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met reclasseringstoezicht, voor het medeplegen van afdreiging en poging tot afdreiging.

Werkwijze en omvang van de zaak
De beide verdachten hebben zich gedurende tien maanden schuldig gemaakt aan (pogingen tot) afdreiging door zich op Skype voor te doen als een vrouw/shemale en te chatten met mannen. De benadeelden verrichten (al dan niet op verzoek) seksuele handelingen voor de camera wat door de verdachten werd opgenomen. Direct na de chatsessie ontvingen benadeelden een link van YouTube of Facebook waarin zij het filmpje van zichzelf zagen. Gedreigd werd dit filmpje openbaar te maken of naar vrienden of familie te sturen. Om te voorkomen dat het filmpje openbaar werd gemaakt of langer openbaar was, moesten benadeelden geld overmaken. Een deel van de benadeelden heeft dit ook gedaan, bij een deel is het bij een poging tot afdreiging gebleven. Uit het dossier volgt dat er bij verdachten in totaal ruim 160 verschillende filmpjes zijn aangetroffen. De rechtszaak betrof 32 slachtoffers. De verdachten zijn voor 6 zaken vrijgesproken vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Straf
Derechtbank heeft overwogen dat het dreigen met het zonder toestemming op internet plaatsen van filmpjes met handelingen van intieme, seksuele aard een ernstige inbreuk maakt op de lichamelijke integriteit en de privacy van de slachtoffers. De verdachten hebben door hun handelen, met als enkel doel financieel gewin, bedreigende en angstige situaties veroorzaakt voor benadeelden. Daarnaast zijn de benadeelden bang dat de filmpjes ooit weer opduiken en is hun vertrouwen in de mens beschadigd. De rechtbank neemt dit de verdachten kwalijk. De rechtbank heeft in haar oordeel meegenomen dat de verdachten blijk hebben gegeven het laakbare van hun eigen handelen in te zien. De rechtbank legt een deel van de straf voorwaardelijk op met reclasseringstoezicht om verdachten ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. Naast de opgelegde straf moeten de verdachten de slachtoffers verschillende bedragen aan schadevergoeding betalen variŽrend van enkele honderden tot tienduizenden euroís.'



18 mei 2017
Broers krijgen tot 5 jaar cel voor productie harddrugs

'De rechtbank Oost-Brabant heeft een 27-jarige man uit Purmerend veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor de productie en het bezit van grote hoeveelheden harddrugs. Zijn 29-jarige broer krijgt een celstraf van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, voor zijn aandeel in de productie.

De politie deed in januari van dit jaar een inval in een bedrijfspand in Wormer en trof daar een drugslab aan. De 2 broers werden op heterdaad betrapt. In het pand lag voor 30 kilo aan XTC-tabletten en ruim 65 kilo poeder voor het maken van die tabletten. De 27-jarige man was initiatiefnemer in de productie en haalde zijn broer tegen betaling over om mee te doen. De 29-jarige man had een veel kleinere rol dan zijn broer. De rechtbank veroordeelt de 27-jarige man bovendien voor het bezit van 15 kilo heroÔne. Ook wordt een geldbedrag van 33.450 euro dat door de politie werd gevonden, verbeurd verklaard. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat een 22-jarige vrouw uit Purmerend een aandeel had bij de drugsproductie en spreekt haar dan ook vrij van betrokkenheid.

De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf rekening mee dat de verdachten zich bezighielden met grootschalige productie van XTC. De chemische processen bij de productie van synthetische drugs, de ongecontroleerde opslag van chemicaliŽn voor deze productie en de dumpingen van drugsafval brengen grote veiligheidsrisicoís en risicoís voor de volksgezondheid met zich. Dit laatste geldt ook voor de gezondheid van gebruikers van harddrugs. Dit rekent de rechtbank de verdachten zwaar aan.'



18 mei 2017
Man uit Hengelo veroordeeld voor poging zware mishandeling ex

'De rechtbank Gelderland veroordeelde een 34-jarige man uit Hengelo (G) voor een poging tot zware mishandeling van zijn ex-vriendin. Hij kreeg een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden en een werkstraf van 150 uur opgelegd.

Op 29 november 2016 gaf de man meerdere harde klappen aan het slachtoffer. Dit deed hij terwijl de vrouw in haar auto in de gordel vastzat en door hem bij de haren werd vastgehouden. Na tussenkomst van een omstander stopte de mant met slaan. De vrouw liep hierbij een gebroken neus op. Daarnaast heeft de man de auto van het slachtoffer beschadigd en haar telefoon vernield.

Bijzondere voorwaarden
Aan de straf zijn bijzondere voorwaarden gekoppeld. Zo heeft de man een meldplicht bij de reclassering en moet hij meewerken aan een psychologisch onderzoek.

Tot slot moet de HengeloŽr een schadevergoeding van ruim 3.700 euro aan het slachtoffer betalen.'



18 mei 2017
8 jaar gevangenisstraf voor poging doodslag op raadslid Zuidoostbeemster

'De rechtbank Noord-Holland heeft de Fransman Olivier L. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar voor de poging tot doodslag op het D66-raadlid Marian Segers uit Zuidoostbeemster op 12 mei 2016. Omdat er onvoldoende bewijs was voor voorbedachte raad, is de Fransman voor de poging tot moord vrijgesproken. Daarnaast is de Fransman veroordeeld voor de diefstal van de auto van het slachtoffer. De bewezenverklaring en de straf zijn gelijk aan de eis van de officier van justitie.

Op 12 mei vorig jaar werd Segers slachtoffer van een zeer gewelddadige aanval. L. sloeg haar meermalen met een hamer op haar hoofd. Ook stak hij haar met een heggenschaar en messen, waardoor de vrouw levensbedreigend gewond raakte. Mede door de grote impact op het slachtoffer en haar omgeving en de samenleving in het algemeen legt de rechtbank L. een gevangenisstraf van 8 jaar op. Daarnaast moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van bijna 55.000 euro.

Strafbaarheid van verdachte
De verdediging voerde aan dat verdachte ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht, omdat hij onder invloed van grote hoeveelheden drugs en alcohol verkeerde en op de bewuste dag een overdosis had genomen. Verdachte is niet strafbaar volgens de verdediging en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank verwerpt dat verweer. Ten eerste staat niet vast dat verdachte op 12 mei 2016 een grote hoeveelheid drugs heeft genomen. Er is enkel de verklaring van verdachte zelf. Die verklaring is wisselend en onduidelijk en wordt weersproken door het slachtoffer. Zij heeft tijdens het eerste contact met verdachte op 12 mei 2016 met hem gesproken: hij kwam helder over en zij kon goed met hem communiceren. Bovendien is het, als er al drugs zou zijn gebruikt, onduidelijk op welk moment en welke hoeveelheid drugs verdachte heeft ingenomen en in hoeverre dit invloed heeft gehad op zijn handelen.

Verder is er in de zaak een psychiatrisch en psychologisch onderzoek gedaan naar de persoonlijkheid van verdachte. De rechtbank heeft overwogen dat het advies van de deskundigen om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen slechts is gebaseerd op verklaringen van verdachte; er konden geen referenten worden geraadpleegd. Ook was er sprake van een taalbarriŤre. Gezien de beperktheid van het onderzoek acht de rechtbank de conclusie te vergaand en neemt de rechtbank het advies niet over. Verdachte is volledig toerekeningsvatbaar en strafbaar.'



18 mei 2017
Veroordeelde poging uitreizen naar SyriŽ schendt bijzondere voorwaarde

'Een 19-jarige man uit Amsterdam moet 56 dagen van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden alsnog uitzitten. De rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf in 2016 gelast.

Veroordeling in 2016
De man probeerde in 2015 naar SyriŽ af te reizen om zich aan te sluiten bij IS. Hij werd veroordeeld, als minderjarige, voor een poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De rechtbank veroordeelde hem tot 12 maanden jeugddetentie, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur.

Bijzondere voorwaarde geschonden
Daarnaast werden er bijzondere voorwaarden opgelegd. Zo moest hij de eerste zes maanden van zijn proeftijd een enkelband dragen en kreeg hij een contactverbod met verschillende mensen. Ook kreeg hij een locatieverbod opgelegd rondom internationale luchthavens en moest hij op twee kilometer afstand van de landsgrenzen blijven. De man heeft zich in zijn proeftijd eenmalig niet aan het contactverbod gehouden.

Gedeeltelijke tenuitvoerlegging
Anders dan het Openbaar Ministerie heeft gevorderd, moet de man een gedeelte van de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie uitzitten. De rechtbank vindt het belangrijk dat de man moet voelen dat hij een bijzondere voorwaarde heeft overtreden maar de rechtbank wil hem ook een kans geven om zijn opleiding af te maken. Bovendien blijft door een gedeeltelijke tenuitvoerlegging het reclasseringstoezicht tot het einde van de proeftijd bestaan. Omdat de man ťťn van zijn bijzondere voorwaarden heeft geschonden, vindt de rechtbank dat de man tot het einde van zijn proeftijd een enkelband moet dragen.'



18 mei 2017
Vrouw uit Aalten bestraft voor amfetaminehandel

'De rechtbank Gelderland veroordeelde een 38-jarige vrouw uit Aalten voor het handelen in amfetamine. Daar maakte zij zich schuldig aan het helen van een breekhamer. De vrouw kreeg een gevangenisstraf van 140 dagen, waarvan 55 voorwaardelijk en werkstraf van 120 uur opgelegd.

De vrouw handelde tussen oktober 2016 en januari 2017 in amfetamine. Het helen van de breekhamer vond plaats in november 2016.

Lagere straf
De straf valt lager uit dan door het Openbaar Ministerie (OM) was geŽist. Het OM eiste namelijk een celstraf van 245 dagen, waarvan 160 voorwaardelijk en een werkstraf van 200 uur. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met het feit dat de handel in drugs een kortere heeft plaatsgevonden dan waar de officier van justitie in haar eis vanuit is gegaan.

Niet cel in
De vrouw heeft al 85 dagen in voorarrest gezeten, dus zij hoeft niet meer terug naar de gevangenis. Naast de opgelegde werkstraf moet zij zich laten behandelen. Daarnaast mag zij de komende 2 jaar niet naar Winterswijk toe. '



18 mei 2017
Veroordelingen voor omkoping bij SNS Property Finance

'Een 68-jarige ex-medewerker van SNS Property Finance (SNSPF) is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De ex-medewerker is veroordeeld voor het aannemen van giften, het meermalen medeplegen van valsheid in geschrifte en witwassen. Een tweede 58-jarige verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur voor een niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrifte.

Omkoping
De ex-medewerker liet zich omkopen. Hij liet zich door meerdere bedrijven betalen met geld dat afkomstig was van SNSPF. De onderling gemaakte afspraken en betalingen werden door de man verzwegen tegenover SNSPF. Een deel van de opbrengsten vanuit SNSPF werden overgemaakt aan de dochters van de man. Om dit te verhullen werden valse facturen en arbeidsovereenkomsten opgesteld.

De rechtbank vindt dat de man zich de belangenverstrengeling had moeten realiseren, zeker als medewerker met een hoge functie binnen de bankwereld. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om daarnaast ook nog betalingsafspraken te maken die gerelateerd waren aan SNSPF. De rechtbank neemt hem dat zeer kwalijk.

Ontneming
Aan de onderneming van de ex-medewerker is een geldboete opgelegd van 20.000 euro. Daarnaast moet de onderneming een bedrag van 347.101 euro betalen aan de Staat.

Onjuiste facturen
De man die zich schuldig heeft gemaakt aan het omkopen van de ex-medewerker bij SNSPF was ermee bekend dat de ex-medewerker zich intensief bemoeide met de contracten die werden gesloten tussen SNSPF en andere bedrijven. De man had zich er bewust van moeten zijn dat de opbrengsten van deze contracten niet werden gemeld.

Daarnaast werkte de man mee aan het verhullen van afspraken. Zo maakte hij facturen op met onjuiste omschrijvingen. Hoewel SNSPF naar het oordeel van de rechtbank niet is opgelicht, is het vertrouwen van SNSPF door deze werkwijze wel ernstig geschaad. Daaraan heeft de man aan bijgedragen.'



18 mei 2017
Opruiing en belediging Sylvana Simons: 4 werkstraffen, 16 geldboetes, 1 vrijspraak

'Van de 21 volwassen verdachten die terechtstonden voor opruiing, bedreiging of belediging van politica Sylvana Simons krijgen er vier een werkstraf (3 keer 60 uur en 1 keer 80 uur) en 16 een geldboete, variŽrend van 150 tot 450 euro. Eťn verdachte is vrijgesproken omdat onduidelijk is of zijn discriminerende uitlating daadwerkelijk Simons betrof.

Gelijkheid tussen ieder mens
De man die een filmpje (waarin hij het hoofd van Simons had gefotoshopt op de hoofden van mensen die door de Ku Klux Klan werden opgehangen) online plaatste, krijgt een werkstraf van 80 uur. De rechtbank oordeelt dat de video, met weerzinwekkende inhoud, in de Nederlandse samenleving veel beroering heeft veroorzaakt. Veel mensen hebben de video gezien en zijn zo geconfronteerd met discriminerende afbeeldingen van mensen met een donkere huidskleur. Deze groep mensen is door de video beledigd en daarnaast wordt hiermee discriminatie in de hand gewerkt. De gelijkheid tussen ieder mens, ongeacht ras of huidskleur, is een van de kernwaarden van onze samenleving. Ook heeft de video veel impact gehad op aangeefster Simons. Zij is hierdoor beledigd en bedreigd.

Zeer beangstigend
De man die op Facebook de tekst ďAfschieten dat wijfĒ plaatste, krijgt de door de officier van justitie geŽiste zestig uur werkstraf opgelegd. De rechtbank vindt dat de man met zijn uitlating heeft aangezet tot het plegen van een moord of doodslag. Gelukkig is dit niet daadwerkelijk gebeurd, maar hij had iemand op het idee kunnen brengen. Voor Simons is het bovendien zeer beangstigend geweest dat een tekst als deze over haar geschreven wordt.

Afzonderlijke zaken
Het openbaar ministerie had de 21 zaken gelijktijdig aangebracht, maar de verdachten zijn geen medeverdachten van elkaar. Elke zaak is door de rechtbank op zichzelf beoordeeld en in elke zaak is afzonderlijk uitspraak gedaan. Omdat veel anderen dan de 21 verdachten mogelijk strafbare uitlatingen hebben gedaan op social media die niet bij de rechter ter verantwoording worden geroepen, hecht de rechtbank eraan op te merken dat iedere verdachte alleen terecht staat voor de uitlating die hij of zij zelf heeft gedaan.

Grenzen aan vrije meningsuiting
Tegelijkertijd hoopt de rechtbank dat de oplegging van straffen aan deze verdachten duidelijk maakt aan de maatschappij dat de vrijheid van meningsuiting grenzen kent en dat het overschrijden van die grenzen consequenties heeft. Een mening geven mag, die vrijheid is groot, zeker als die past in een maatschappelijk debat. Maar wanneer deze mening een belediging, bedreiging, opruiing of discriminatie betreft, is sprake van strafbaar gedrag.'



17 mei 2017
Nog geen definitief oordeel over Russische wodkamerken

'De rechtbank Den Haag heeft in een procedure tussen de Russische staatsonderneming FKP en de huidige merkhouder Spirits vonnis gewezen in een zaak die gaat over de vraag wie rechthebbende is van de nationale merkregistraties van de wodkamerken STOLICHNAYA en MOSKOVSKAYA in dertien landen en de geldigheid van twee Beneluxmerken voor het wodkamerk SPI.

De merken
De procedure gaat over in totaal 25 nationale woord- en beeldmerken voor STOLICHNAYA en MOSKOVSKAYA in dertien landen. Het gaat om de volgende landen: ItaliŽ, Zwitserland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken, Zweden, Spanje, Portugal, TsjechiŽ, Polen, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Cyprus. Daarnaast gaat de procedure over een Benelux woordmerk en een Benelux beeldmerk voor SPI-wodka.

Achtergrond
De wodkamerken STOLICHNAYA, MOSKOVSKAYA en SPI waren in de voormalige Sovjet Unie staatseigendom. Voor de val van de Sovjet Unie werden de wodkamerken geŽxploiteerd door de toenmalige staatsonderneming VVO. De merken stonden op naam van VVO geregistreerd. Lange tijd werd in brede kring aangenomen dat VVO in 1991/1992 was getransformeerd van staatsonderneming naar de private onderneming VAO en dat de merken dus niet langer staatseigendom waren. Ook de Russische Federatie heeft in de jaren Ď90 van de vorige eeuw uitgedragen dat VAO als getransformeerde private onderneming de rechthebbende van de merken was. Uiteindelijk heeft Spirits de merken gekocht. Zij is nu geregistreerd als merkhouder.

Rond 2000 heeft de Russische Federatie zich op het standpunt gesteld dat Spirits geen rechthebbende van de wodkamerken was omdat in 1991/1992 de staatsonderneming VVO niet op rechtsgeldige wijze was getransformeerd van staatsonderneming naar de private onderneming VAO.

Het oordeel van de rechtbank
Eťn van de geschilpunten is de vraag of VVO in 1991/1992 op rechtsgeldige wijze is getransformeerd van staatsonderneming naar de private onderneming VAO.

De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is, omdat niet alle destijds benodigde stappen voor een rechtsgeldige transformatie van een staatsonderneming naar een private onderneming zijn doorlopen. Dat betekent dat de merken destijds Russisch staatseigendom zijn gebleven.

Daarmee is de vraag wie nu rechthebbende van de merken is echter nog niet beantwoord. Om daarover te beslissen moet nog een aantal vragen worden beantwoord. Het gaat onder meer over de vraag of Spirits bescherming kan ontlenen aan de goede trouw.

Partijen moeten zich over deze vragen en de inhoud van het daarop toepasselijk recht van de dertien landen uitlaten. Daarna zullen deze onderwerpen op een zitting worden behandeld. Pas daarna komt de rechtbank tot een nader oordeel. '



17 mei 2017
Vrijspraak betrokkenheid dood zwangere ex-vriendin

'Een 38-jarige man is vandaag door het gerechtshof Amsterdam vrijgesproken van levensberoving van zijn zwangere ex-vriendin. Ook is hij vrijgesproken van de verdenking dat hij haar in hulpeloze toestand heeft achterlaten. De vordering van de nabestaande, die zich als benadeelde partij in dit strafgeding had gevoegd, is niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Haarlem legde de verdachte eerder een gevangenisstraf van 7 jaar op voor het in hulpeloze toestand achterlaten van het slachtoffer en het plegen van valsheid in geschrift. Het hof vindt wel bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en legt daarvoor 2 maanden gevangenisstraf op.

Vrijspraak levensberoving en achterlaten in hulpeloze toestand
Het hof vindt dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Op 30 oktober 2013 is het slachtoffer bloedend en levenloos aangetroffen in het trappenhuis van haar woning in Leiderdorp. Voor de stelling dat de verdachte in dat trappenhuis aanwezig was op het moment dat zij gewond is geraakt en/of zich in hulpeloze toestand bevond, is in het dossier geen technisch bewijs te vinden. Het hof heeft nader onderzoek laten doen, maar dat heeft niets opgeleverd. Ook zijn er geen getuigenverklaringen of telefoongegevens die deze stelling ondersteunen. Geen onderzoek is verricht naar het patroon van de bloedsporen. Deskundigen konden geen doodsoorzaak van de vrouw aanwijzen. Zij concludeerden dat de bij haar geconstateerde verwondingen op zichzelf geen verklaring voor haar dood zijn. Het hof oordeelt dat het dossier hiermee teveel essentiŽle vragen onbeantwoord laat om daar enige betrokkenheid van de verdachte in strafrechtelijke zin op te baseren.

Eis OM
Het Openbaar Ministerie (OM) achtte bewezen dat de verdachte zijn voormalige partner en haar ongeboren kind van het leven had beroofd en heeft in hoger beroep een gevangenisstraf van 15 jaar geŽist. Het OM heeft feiten en omstandigheden genoemd die zouden kunnen passen in een scenario waarin de verdachte betrokken is geweest bij hun dood, maar deze vormen op zichzelf geen direct zelfstandig bewijs hiervoor.

Eerdere verklaring verdachte onbruikbaar
De verdachte heeft zich bij de rechtbank op het standpunt gesteld dat hij toen wel in het trappenhuis is geweest en heeft geprobeerd het slachtoffer te reanimeren. De rechtbank vond deze verklaring met betrekking tot de mislukte reanimatie ongeloofwaardig. De verdachte heeft in hoger beroep uitdrukkelijk aangevoerd dat hij toen en daar niet aanwezig is geweest. Bij het ontbreken van enig ander concreet aanknopingspunt dat de verdachte op de fatale dag wel in het trapportaal aanwezig is geweest, kan het hof het bewijs voor zijn aanwezigheid niet slechts ontlenen aan die eerdere en later betwiste verklaring.

Valsheid in geschrift
Het hof heeft de verdachte in een gevoegde zaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden voor het gebruik maken van een vals bachelor- en masterdiploma. De verdachte heeft deze straf volbracht, aangezien hij in de levensberovingszaak ruim 2 jaar in voorarrest heeft gezeten.'



17 mei 2017
6 maanden cel voor poging tot zware mishandeling ex

'De rechtbank Gelderland veroordeelde een 28-jarige Amsterdammer tot een gevangenisstraf van 6 maanden. Hij krijgt deze straf voor een poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige vriendin.

Op 17 januari 2017 heeft de man zijn vriendin gedurende langere tijd ernstig mishandeld. Hij sloeg haar met zijn vuist tegen haar hoofd en lichaam en schopte haar tegen het lichaam. Ook sloeg de man het slachtoffer meerdere keren met de gesp van zijn riem. Het slachtoffer heeft door de slagen onder andere een breuk van haar oogkas opgelopen. Uit met name dat laatste letsel leidt de rechtbank af dat de man met een zodanige kracht heeft geslagen dat hij het risico heeft genomen dat de vrouw zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Dergelijk geweld kan namelijk leiden tot breuken en hersenletsel.

Straf conform eis
De straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie. Omdat de man al vaker is veroordeeld voor geweldsdelicten, waaronder huiselijk geweld, vindt de rechtbank de opgelegde straf passend.'



17 mei 2017
3 jaar cel en tbs voor ontucht met drie zeer jonge meisjes

'Een 39-jarige man uit Amersfoort heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met zijn twee buurmeisjes in 2016. Ook heeft hij zijn dochtertje misbruikt in de periode 2015/2016. Van het misbruik met de jonge meisjes heeft de man fotoís gemaakt. Ook had hij andere kinderpornografische fotoís in zijn bezit. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 3 jaar en legt de maatregel tbs met dwangverpleging op.

Gevolgen voor de slachtoffers
Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat de drie slachtoffers veel negatieve gevolgen ondervinden van wat de man met hen heeft gedaan. Om ervoor te zorgen dat de slachtoffers met rust worden gelaten legt de rechtbank een contact- en locatieverbod op. Deze maatregel duurt 5 jaar, en bij overtreding moet de man opnieuw de cel in.

Seksuele stoornis
De deskundigen concluderen dat er sprake is van een omvangrijke seksuele stoornis. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en beschouwt de man als verminderd toerekeningsvatbaar. Vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid wijkt de rechtbank enigszins af van de eis van de officier van justitie.

Eerdere veroordelingen
De man is in 2013 en 2015 wegens ontucht met een kind en bezit van kinderporno veroordeeld tot gevangenisstraffen, waarvan een deel voorwaardelijk. Omdat hij nu opnieuw in de fout is gegaan moet hij nog 3 maanden en 28 dagen gevangenisstraf uitzitten.'



17 mei 2017
Gemeente Apeldoorn trad terecht handhavend op tegen Landgoed Sollewerf

'De bestuursrechter heeft bepaald dat de gemeente Apeldoorn terecht handhavend heeft opgetreden tegen het met het bestemmingsplan strijdige recreatieve gebruik van gebouwen op het Landgoed Sollewerf, evenals tegen het zonder omgevingsvergunning bouwen van een hekwerk en diverse bijgebouwen en het aanleggen van een (zwem)vijver in natuurgebied.

Op het perceel exploiteert het Landgoed een accommodatie waar gebouwen worden verhuurd voor recreatief gebruik. Daarnaast is een zwemvijver gerealiseerd en rondom het perceel is een hekwerk geplaatst. Dit recreatieve gebruik is niet toegestaan op grond van het bestemmingsplan, omdat het perceel voor Ďwonení en Ďbos en natuurgebiedí is bestemd. Daarnaast is voor het bouwen van de bijgebouwen en het hekwerk, en het aanleggen van de zwemvijver binnen de bestemming Ďbos en natuurgebiedí geen omgevingsvergunning verleend. De gemeente Apeldoorn heeft daarom besloten om lasten onder dwangsom op te leggen om deze overtredingen te beŽindigen.

Beroep gegrond
Volgens de rechtbank mocht de gemeente handhavend optreden tegen deze overtredingen. Het beroep is echter wel gegrond, omdat de last onder dwangsom met betrekking tot het hekwerk en de last onder dwangsom met betrekking tot verwijdering van 1 van de bijgebouwen te verstrekkend zijn. Op grond van deze lasten moest het gehele hekwerk en het gehele bijgebouw worden verwijderd, terwijl het mogelijk is om zonder vergunning een hekwerk van 1 meter hoog te bouwen, en het Ė onder bepaalde voorwaarden Ė is toegestaan om veranderingen aan een legaal gebouwd bijgebouw aan te brengen.

Finaal beslecht
De bestuursrechter moet een geschil zoveel mogelijk finaal beslechten. Deze lasten worden daarom op deze onderdelen aangepast door te bepalen dat de overtreding ook kan worden beŽindigd door het hekwerk te verlagen tot een hoogte van 1 meter. De overtreding voor wat betreft het bijgebouw kan worden beŽindigd door de woonvoorzieningen uit het bijgebouw te verwijderen. Hierdoor hoeft dit bijgebouw niet te worden gesloopt.

Omdat het besluit voor het overige in stand blijft, dient het Landgoed de overtredingen binnen 6 weken te beŽindigen. Wordt hier niet aan voldaan, dan kan de gemeente de dwangsommen gaan invorderen.'



12 mei 2017
Rechter scherpt voorschriften hondenkennel Heeswijk-Dinther aan

'De eigenaar van een dierenpension in Heeswijk-Dinther mag voortaan maximaal 78 honden op zijn terrein aanwezig hebben (inclusief zijn eigen honden). De dieren mogen alleen tijdens bepaalde tijden worden uitgelaten en door hun baasjes worden gehaald en gebracht en klanten moeten op aangewezen plekken parkeren. Dit besliste de rechtbank Oost-Brabant vandaag.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze legde de eigenaar van het dierenpension in augustus 2016 een aantal voorschriften op. In de voorschriften was onder meer bepaald dat het dierenpension zich aan strengere geluidsvoorschriften moet houden. Een aantal omwonenden ging hiertegen in beroep. Zij zijn bang dat de voorschriften niet voldoende zijn om de geluidsoverlast van blaffende honden zo veel mogelijk te beperken.

Volgens de rechtbank had het college meer onderzoek moeten doen voordat het de voorschriften oplegde. De gemeente had de eigen honden van de eigenaar moeten meenemen bij de bepaling van de geluidsbelasting van het dierenpension. De eigen honden worden gehouden op hetzelfde terrein. Verder had het college de vervoersbewegingen van klanten voor een trimsalon die in het dierenpension zit, in kaart moeten brengen. Ook is niet onderzocht waar de bezoekers van die trimsalon parkeren en of die vervoersbewegingen er voor kunnen zorgen dat de honden in het dierenpension gaan blaffen. Verder onderzocht het college niet hoeveel klanten de trimsalon dagelijks bezoeken. De rechtbank wijst ook een aantal bezwaren van omwonenden af, onder andere een verzoek om nog strengere geluidsvoorschriften op te leggen.

De rechtbank oordeelt dat de beroepen van de omwonenden gegrond zijn en vult de voorschriften als volgt aan. De eigenaar mag vanaf nu maximaal 78 honden houden inclusief zijn eigen volwassen honden. De uitlaattijd van de honden in het dierenpension is beperkt en deze honden mogen uitsluitend op bepaalde tijden groepsgewijs worden uitgelaten en op bepaalde tijden worden gehaald en gebracht. Ook mag de eigenaar maximaal 2 klanten per dag ontvangen in zijn trimsalon. Tot slot mogen klanten uitsluitend op de daarvoor aangewezen plekken parkeren.'



12 mei 2017
12-jarige David mag zťlf beslissen over zijn medische behandeling

'De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, heeft op 12 mei 2017 vonnis gewezen in het kort geding dat de vader van David had aangespannen tegen de Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers (hierna de Stichting). De vader vorderde vervangende toestemming voor het door David ondergaan van chemotherapie, nu David zťlf dat niet wil en de Stichting, die de voogdij heeft over David, zijn standpunt respecteert. De voorzieningenrechter heeft de vordering van de vader afgewezen.

Voorgeschiedenis
Bij de 12-jarige David is in november 2016 een hersentumor geconstateerd en operatief verwijderd. Daarna is David bestraald en Ďschooní verklaard. Volgens het behandelplan van de artsen van het AMC zou chemotherapie volgen. David wilde echter geen (chemo)vervolgtherapie en geen behandelingen in het reguliere medische circuit, in welk standpunt zijn moeder hem steunde. Nu dit in strijd was met het behandelplan en můgelijk schadelijk voor de gezondheid van David, is hij op 19 december 2016 onder toezicht gesteld en onder voogdij van de Stichting gekomen.

Onderzoek naar de wilsbekwaamheid van David
Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming is David onderzocht door een jeugdpsychiater die concludeerde dat David op dat moment (december 2016) wilsonbekwaam was om zelf te beslissen over zijn behandeling gelet op de ernst van de mogelijke gevolgen. David heeft vervolgens zijn bestralingsbehandeling afgemaakt maar meldde op 24 februari 2017 zijn gezinsvoogd en zijn behandelend arts te willen stoppen met de behandeling en geen verdere chemotherapie te willen. Ook schreef hij een brief aan de kinderrechter met uitleg. Dit vormde aanleiding voor de behandelend arts een nieuw onderzoek naar de wilsbekwaamheid van David te starten.

David is wilsbekwaam
Het rapport van de kinder- en jeugdpsychiater volgt op 27 maart 2017 en de conclusie luidt dat David een ontwikkeling heeft doorgemaakt en heel goed kan uitleggen wat zijn ziekte en behandeling betekenen. Ook als hij zijn behandeling stopt. Hij ziet met name op tegen de bijwerkingen van de chemotherapie en de achteruitgang in zijn kwaliteit van leven. Hij is niet depressief, heeft een sterke wil om te leven, maar kan ook nadenken over de dood. David wordt 100% wilsbekwaam bevonden.

Het gevolg is geweest dat ťn de behandelend arts ťn de Stichting Davids keus respecteren. De vader van David heeft vervolgens de rechter verzocht om vervangende toestemming te verlenen zodat David de chemotherapie wťl ondergaat.

Motivering van de beslissing
Deze zaak kenmerkt zich door de uitoefening van David van zijn grondwettelijk recht op fysieke integriteit. Voor ingrijpende medische handelingen is zijn toestemming nodig, gelet op zijn recht op zelfbeschikking. Maar dan moet hij wel wilsbekwaam zijn. Een minderjarige van 12 jaar - zo overweegt de rechter - is in beginsel wilsbekwaam en in staat Ďtot een redelijke waardering van zijn belangen in een concrete situatieí. En heeft dus ook een eigen recht gťťn toestemming te verlenen voor een medische behandeling.

De beoordeling of de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen als het gaat om een medische behandeling wordt volgens de wet overgelaten aan de behandelend arts, die immers ook handelt vanuit een behandelovereenkomst met de minderjarige en zijn ouders. Maar nu David onder toezicht is gesteld, was er ook een juridische ingang om de rechter in te schakelen.

De rechter heeft de gehele gang van zaken getoetst en heeft vastgesteld dat er voldoende onderbouwing is om David wilsbekwaam te vinden. Ook oordeelt de rechter dat het besluit van de behandelend arts om de beslissing van de wilsbekwame David te respecteren en de chemotherapie te stoppen in lijn is met de gedragslijn van het AMC ťn met de wettelijke regels. De beslissing is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en blijft dan ook in stand.

Overweging ten overvloede
De rechter begrijpt dat de vader van David vraagtekens plaatst bij diens wilsbekwaamheid vanwege de uitkomst van Davids afweging. Maar de rechter ziet geen ruimte om Davids afweging niet te respecteren. In de door de wetgever gemaakte keuze om wilsbekwame patiŽnten van 12 jaar en ouder het recht toe te kennen om ook in levensbedreigende situaties over hun behandeling te beslissen ligt besloten dat dan ook moet worden gerespecteerd dat die beslissing door een kind wordt genomen.

Aangenomen mag worden dat David tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is en zich de gevolgen van zijn beslissing Ė ook de negatieve Ė realiseert. David heeft zijn beslissing kennelijk genomen met het oog op de kwaliteit van leven nķ. Het recht om die keuze te maken vloeit direct uit zijn zelfbeschikkingsrecht voort. Al kan de uitoefening daarvan voor ouders een hard gelag zijn.'



11 mei 2017
Loterijverlies.nl BV e.a. geen belanghebbenden vanwege de Bijzondere Trekking op 27 mei 2017

'In 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Staatsloterij van 2000 tot en met 2007 misleidende mededelingen heeft gedaan over de prijzen, de winkansen en het aantal gewonnen prijzen. Voor de Koninginnedagloting van 2008 is dat het geval voor de hoogte van de prijzen. De Staatsloterij heeft vervolgens een akkoord bereikt over een collectieve oplossing. Dat akkoord hield enerzijds in dat er een Bijzondere Trekking op 27 mei 2017 zou plaatsvinden waaraan alleen mensen mochten deelnemen die ook aan de lotingen van 2000 tot en met 2007 en de Koninginnedagloting van 2008 hadden deelgenomen. Anderzijds hield dat in dat de deelnemers aan deze Bijzondere Trekking definitief afzagen van alle vorderingen en procedures naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad (finale kwijting).

Bij Besluit van 23 februari 2017 heeft de Kansspelautoriteit aan de Staatsloterij ontheffing verleend voor die Bijzondere Trekking. Tegen dit Besluit heeft Loterijverlies.nl BV bezwaar gemaakt en aan de bestuursrechter gevraagd bij voorlopige voorziening het Besluit te schorsen zodat de Bijzondere Trekking niet zal plaatsvinden. Bij Loterijverlies.nl BV hebben zich deelnemers aangemeld die gedupeerd zijn geweest door de vorige trekkingen in de jaren 2000 tot en met Koninginnedag 2008.

Geen inhoudelijk oordeel
Voordat de bestuursrechter aan een inhoudelijk oordeel toe kan komen, dient eerst de vraag beantwoord te worden of Loterijverlies.nl BV e.a. belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht zijn. Dat is in deze zaak niet het geval: het Besluit is niet tot de deelnemers of Loterijverliesn.nl BV gericht maar tot de Staatsloterij. De belangen van de deelnemers worden niet rechtstreeks door het Besluit geraakt, pas wanneer zij deelnemen aan de Bijzondere Trekking. Daardoor kan ook Loterijverlies.nl BV dat de deelnemers vertegenwoordigt, geen belanghebbende zijn. Ook de commerciŽle belangen die Loterijverlies.nl BV stelt te hebben, vormen geen belang dat rechtstreeks door het Besluit wordt geraakt. Alleen bij deelname aan de Bijzondere Trekking met de daaraan verbonden finale kwijting zou dat het geval kunnen zijn. Dat alles maakt dat Loterijverlies.nl BV e.a. niet ontvankelijk zijn en er geen inhoudelijk oordeel gegeven kan worden.'



9 mei 2017
Russisch faillissementsvonnis Yukos niet erkend

'Het Russische vonnis waarbij Yukos Oil in 2006 in de Russische Federatie failliet is verklaard, wordt in Nederland niet erkend. Vandaag heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in de al jaren lopende Yukos-zaak.

Verkoop aandelen in Nederlandse Yukos Finance.
Het gaat in deze zaak om het volgende. In 2006 is de vennootschap naar het recht van de Russische Federatie OAO Yukos Oil Company (Yukos Oil) bij uitspraak van het Moscow City Arbitrazh Court failliet verklaard. Gelijktijdig is de curator benoemd. Deze heeft op 10 september 2007, na een openbare veiling in Moskou, de aandelen die Yukos hield in de Nederlandse vennootschap Yukos Finance geleverd aan OOO Promneftstroy, eveneens een rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie. Promneftstroy heeft voor de aandelen US$ 307 miljoen betaald.

Geen bevoegdheid aandelen over te dragen
Het hof heeft beslist dat dat faillissementsvonnis in Nederland niet erkend wordt. De curator was dus niet bevoegd om de aandelen aan Promneftstroy over te dragen. Promneftstroy is geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance geworden.

Strijd met de openbare orde
Het hof heeft aan dit oordeel ten grondslag gelegd dat de Russische autoriteiten het faillissement van Yukos Oil hebben uitgelokt en beoogd. De manier waarop Yukos Oil is behandeld is niet te rijmen met het te goeder trouw innen van belastingschulden. Aan Yukos Oil waren niet legitieme BTW schulden met boetes opgelegd tot een bedrag van vele miljarden. Dat bedrag moest Yukos Oil binnen korte tijd betalen. Op verzoeken van Yukos Oil om haar op enigerlei wijze tegemoet te komen, bijvoorbeeld door betaling in termijnen toe te staan, werd niet gereageerd. Ook de veiling van een grote olieproductiefaciliteit, Yuganskneftegaz, is niet naar behoren verlopen. Voor de Russische autoriteiten moet het voorzienbaar zijn geweest dat Yukos Oil in grote betalingsproblemen zou komen. Volgens het hof hebben de Russische autoriteiten niet gekozen voor een aanpak die leidt tot een ordentelijke en legitieme heffing en inning van verschuldigde belastingen, maar hebben zij beoogd om Yukos Oil in een situatie te brengen waarin zij haar schulden niet meer kon betalen en uiteindelijk zou failleren. Dit alles leidt er toe dat aan het Russische faillissementsvonnis in de Nederlandse rechtsorde geen rechtsgevolgen kunnen worden toegekend. Een erkenning van dat vonnis is strijdig met de Nederlandse openbare orde.

Promneftstroy
Promneftstroy had onder meer aangevoerd dat het niet erkennen van het faillissementsvonnis onacceptabele gevolgen zou hebben. Het hof heeft dit standpunt verworpen. Het voornaamste effect van de beslissing om aan het faillissementsvonnis in Nederland rechtsgevolg te onthouden is dat Promneftstroy US$ 307 miljoen voor de aandelen Yukos Finance heeft betaald, zonder dat zij daarvoor iets heeft gekregen. Volgens het hof was Promneftstroy zich bij de koop en levering van de aandelen bewust van de mogelijkheid dat zij uiteindelijk de koopprijs zou betalen zonder de aandelen te verwerven en heeft zij dat risico kennelijk op de koop toe genomen. Dat dit risico zich gerealiseerd heeft is niet voldoende om tot een andere beslissing te komen, aldus het hof.

Rechtbank
De rechtbank had bij vonnis van 31 oktober 2007 reeds geoordeeld dat de Russische faillissementsvonnis niet in de Nederlandse rechtsorde kon worden erkend en dat de curator niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen.'



9 mei 2017
Schadevergoedingsvorderingen oud-hoogleraren afgewezen

'De schadevergoedingsvorderingen van twee voormalig hoogleraren tegen accountant PwC zijn ook in hoger beroep afgewezen. Dit heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 mei 2017 bepaald.

BeŽindiging dienstverband
De hoogleraren waren werkzaam bij de Afdeling Psychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam (AZR), thans het Erasmus Medisch Centrum. Het AZR heeft de dienstverbanden in 2003 en 2006 beŽindigd.

Volgens de hoogleraren hebben zij als gevolg van het opstellen van de rapporten door PwC, schade geleden. Als gevolg van het uitbrengen van de door PwC opgestelde rapporten is namelijk de verhouding met de stafleden geŽscaleerd, wat heeft geleid tot diverse procedures en uiteindelijk tot beŽindiging van het dienstverband.

Geen verband
Het hof verwerpt de betogen van de hoogleraren en is van oordeel dat van enig verband tussen de door PwC opgestelde rapporten en de vermeende schade in het geheel niet is gebleken.

Bekrachtiging vonnis rechtbank
In 2014 had de rechtbank Amsterdam de vorderingen ook al afgewezen. Dat vonnis is door het gerechtshof nu dus bekrachtigd.'



9 mei 2017
Bijstandsuitkering mocht worden verlaagd vanwege niet afdoen niqaab

'De Centrale Raad van Beroep heeft op 9 mei 2017 geoordeeld dat de gemeente Utrecht een bijstandsuitkering mocht verlagen, omdat betrokkene bij herhaling had geweigerd tijdens een werktraining haar niqaab af te doen. De kans dat zij snel werk vindt, is zeer klein als zij een niqaab blijft dragen. Dit heeft tot gevolg dat onnodige druk wordt gelegd op de publieke middelen.

Betrokkene, een moslima, ontving een bijstandsuitkering. Om haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, achtte de gemeente het nodig dat zij deel zou nemen aan een werktraining. Tijdens deze training mocht zij wel een hoofddoek dragen maar geen gezichtsbedekkende kleding, zoals een niqaab, omdat dit volgens de gemeente het vinden van werk belemmert. Betrokkene heeft bij herhaling geweigerd de niqaab af te doen. De gemeente heeft daarom de bijstandsuitkering gedurende twee maanden verlaagd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beslissing van betrokkene om een niqaab te dragen valt onder het recht op godsdienstvrijheid. Die beslissing is immers geÔnspireerd door haar geloofsovertuiging. Het verbod om tijdens de werktraining een niqaab te dragen vormt dus een inbreuk op het recht op godsdienstvrijheid. Dat wordt niet anders doordat betrokkene in plaats van een niqaab een hoofddoek had kunnen dragen. Voor die inbreuk had de gemeente echter een geldige reden. Uitgangspunt is namelijk dat een bijstandsgerechtigde zo snel mogelijk zelf in zijn bestaan voorziet. De Centrale Raad van Beroep acht het aannemelijk dat in de huidige maatschappelijke context het dragen van een niqaab belemmerend werkt bij het vinden van werk. Het onbedekte gezicht speelt een belangrijke rol in het contact tussen personen en is essentieel bij het krijgen van werk. De weigering van betrokkene om haar niqaab af te doen, verkleint in hoge mate de kans dat zij snel werk vindt. Dit legt een onnodige druk op de publieke middelen. Vandaar dat de inbreuk op het recht op godsdienstvrijheid in de vorm van een verbod een niqaab te dragen tijdens een werktraining noodzakelijk wordt geacht in het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaak een eindoordeel.'



8 mei 2017
Het Haagse hof spreekt 75 jarige man vrij van ontucht en aanranding

'Een 75 jarige man is vrijgesproken van ontucht en aanranding van een 25 jarige man met een verstandelijke beperking. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag beslist.

Het Haagse hof is er op basis van het onderzoek in hoger beroep niet van overtuigd geraakt dat de 25 jarige man niet of onvoldoende in staat was zijn wil te bepalen, deze wil kenbaar te maken of weerstand te bieden. Ten aanzien van de door het OM ten laste gelegde aanranding is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onvoldoende overtuigend naar voren gekomen dat de verdachte de 25 jarige jongeman heeft gedwongen ontuchtige handelingen te plegen en/of te dulden zoals hem wordt verweten.

Het OM had een gevangenisstraf geŽist van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. De rechtbank had de man voor ontucht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.'



8 mei 2017
Vrijspraak voor brandstichting AZC Winterswijk

'De rechtbank Gelderland sprak een 31-jarige man vrij van betrokkenheid bij een brand in het asielzoekerscentrum in Winterswijk.

De brand vond plaats op 17 januari 2017, maar in de tenlastelegging stond íomstreeks 17 januari 2016í als pleegdatum vermeld. Volgens de rechtbank gaat het te ver om te oordelen dat een incident dat een jaar later dan de in de tenlastelegging vermelde datum zou hebben plaatsgevonden, nog valt onder Ďomstreeksí. De rechtbank vindt de pleegdatum cruciaal. Daarom ziet zij geen aanleiding om de in opgenomen datum aan te merken als een kennelijke stelfout die door de rechtbank kan worden verbeterd.

Het Openbaar Ministerie had een celstraf van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, tegen de man geŽist. '



4 mei 2017
Voormalig hulpverlener krijgt 18 maanden cel voor ontucht met minderjarige

'De rechtbank veroordeelde een 44-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden. De man pleegde ontucht met een minderjarige die woonde in de instelling waar hij hulpverlener was. Daarnaast mag de man 3 jaar lang niet werken in de zorg en/of hulpverlening aan minderjarigen.

rechtbank Gelderland, uitspraak, rechtszaak, arnhem
De rechtbank vindt bewezen dat de man met het, toen 16-jarige, meisje een seksuele relatie is aangegaan. Nadat hij haar vertrouwen had gewonnen, heeft hij een aantal keer seks met haar gehad, binnen de instelling waar hij werkte en zij woonde.

Het handelen van de voormalig hulpverlener vindt de rechtbank zeer kwalijk en strafwaardig. Zijn handelen had grote gevolgen voor het meisje.

Ontkennen
Omdat de man ontkent de feiten te hebben gepleegd, is een behandeling of contact met de reclassering niet opgelegd.'



4 mei 2017
6 maanden cel en rijontzegging voor dodelijk ongeluk Heerhugowaard

'De rechtbank Noord-Holland heeft een automobilist veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor het doodrijden van een 28-jarige bestuurder van een snorfiets op 22 juli 2016 in Heerhugowaard. Naast een celstraf legde de rechtbank de automobilist een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie.

Schuld aan ongeval
Volgens de rechtbank heeft de verdachte zich in het verkeer zodanig gedragen dat door hem het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Uit onderzoek van de Verkeers Ongeval Analyse en uit getuigenverklaringen blijkt dat de verdachte met een veel hogere snelheid heeft gereden dan was toegestaan (ongeveer 70 in plaats van 50 km per uur). Bovendien negeerde hij het voor hem bestemde rode verkeerslicht waarna er een botsing met het slachtoffer, die bij groen licht bezig was over te steken, plaatsvond. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte geen voorrang verleende. De rechtbank is gelet op genoemde omstandigheden van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en schuld heeft aan het verkeersongeval.

Lagere straf dan geŽist
Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte kort voor of ten tijde van het ongeval handelingen heeft verricht op zijn mobiele telefoon. Van dat onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken. Dit verschil, alsmede het oordeel van de rechtbank dat het Ďniet voorrang verlenení in dit geval niet tot een extra strafverzwaring moet leiden omdat dit al in het kernverwijt ligt besloten, maakt dat de rechtbank, mede gelet op de oriŽntatiepunten straftoemeting, tot een lagere straf komt dan de straf van 18 maanden gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaren die officier van justitie heeft geŽist.

Gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid
Hoewel ook verdachte de psychische gevolgen van het ongeval met zich draagt, is de rechtbank gelet op de mate van schuld van verdachte aan het ongeval en het feit dat daardoor iemand is overleden, uit het oogpunt van vergelding en preventie, van oordeel dat uitsluitend een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt passend en geboden is. Anders dan de verdediging vindt de rechtbank een taakstraf geen recht doen aan de ernst van het feit. Daarnaast legde de rechtbank dus een rijontzegging op.'



4 mei 2017
Cel- en taakstraf voor zware mishandeling met honkbalknuppel

'De rechtbank Oost-Brabant heeft een 38-jarige man uit Helmond veroordeeld voor zware mishandeling. De rechtbank legt hem een gevangenisstraf op van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk, en de maximale taakstraf van 240 uur.

De man sloeg vorig jaar september een ander met een honkbalknuppel tegen het hoofd. Het slachtoffer liep daarbij gehoorschade op. Volgens de rechtbank is er sprake van zwaar lichamelijk letsel, omdat het slachtoffer blijvende gehoorschade heeft opgelopen.

Geen noodweer
Volgens de verdachte wilde hij 2 zussen beschermen die door het slachtoffer werden aangevallen. Het slachtoffer zou scheldend en met gebalde vuisten op hem af zijn gelopen. Hij keek hierbij erg boos en de verdachte zag naar eigen zeggen het vuur in de ogen van het slachtoffer. Dit alles beangstigde hem, omdat het slachtoffer groter en sterker is dan hijzelf en hij bovendien een lichamelijke beperking aan zijn arm heeft als gevolg van een eerder verkeersongeval.

Volgens de rechtbank zijn er geen verklaringen in het dossier die het verhaal van de verdachte ondersteunen. Niet alleen het slachtoffer en een getuige, maar ook de schoonzus van de verdachte - voor wie hij in de bres sprong - heeft verklaard dat de verdachte degene is geweest die het slachtoffer aanviel. Nergens is uit af te leiden dat hier een aanval (of de dreiging van een aanval) door het slachtoffer aan vooraf is gegaan. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake was van een noodweersituatie of van noodweerexces.

Oorsuizen
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de verdachte er niet voor terugschrikt om geweld tegen een ander te gebruiken. Dit moet een grote indruk hebben gemaakt op het slachtoffer. Bovendien hield het slachtoffer de zeer hinderlijke aandoening tinnitus (oorsuizen) over aan het voorval. Door blijvende gehoorschade is het slachtoffer aangewezen op een hoorapparaat. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Anderzijds houdt de rechtbank er onder meer rekening mee dat de kans op herhaling volgens de reclassering laag is, de verdachte een baan heeft en hij de zorg draagt voor zijn 4 kinderen.'



4 mei 2017
Helmonder veroordeeld voor aanranding jongens

'Een 40-jarige man uit Helmond is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand voor het aanranden van 2 jongens.

De verdachte was in september 2015 tijdens de kermis aan het werk in een cafť in Lierop. Rond middernacht greep hij een jongen bij zijn pols en trok hem naar zich toe. Vervolgens wreef hij het slachtoffer over zijn tepels en pakte hem bij zijn geslachtsdeel. In 2010 volgde de verdachte een andere jongen naar het toilet bij een feest van een voetbalclub in Mierlo. Daar pakte hij plots het geslachtsdeel van het slachtoffer vast.

Vrijspraak derde voorval
Volgens de officier van justitie zou de verdachte in augustus 2012 een derde jongen hebben betast. De jongen was erg (slaap)dronken op het moment dat de handelingen zouden zijn gepleegd, heeft weinig bewuste herinneringen aan het moment en heeft niet gezien door wie dit is gedaan. Bovendien ontkent de verdachte dat hij iets heeft gedaan en waren er geen getuigen van het vermeende voorval. De rechtbank oordeelt dan ook dat er onvoldoende bewijs is en spreekt de man vrij van dit feit.

De rechtbank weegt bij het bepalen van de straf mee dat de verdachte de normale en gezonde seksuele ontwikkeling van 2 jongens heeft doorkruist. Ondanks dat het in beide gevallen een relatief klein voorval leek, hebben de gebeurtenissen tot op heden een grote impact op de slachtoffers. De verdachte stond kennelijk niet stil bij het effect van zijn gedrag op de jongens en heeft zijn eigen seksuele gevoelens vooropgesteld. Voor de slachtoffers is het een bedreigende situatie geweest waaraan ze zich door het plotse karakter niet konden onttrekken. Gelet op die handelwijze en het grote leeftijdsverschil met zijn slachtoffers wist de verdachte dat de jongens weinig weerbaar waren. De rechtbank rekent hem dit dan ook aan.'



Bron: www.rechtspraak.nl.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl