Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Nieuws


Datum en nieuws - september 2018:


5 september 2018
Staat aansprakelijk voor uitlatingen bewindspersoon over downloaden uit illegale bron

'De rechtbank Den Haag heeft bepaald dat uitlatingen van de staatssecretaris van justitie in 2011 en 2012 in de media en het publieke domein over het downloaden uit illegale bron onrechtmatig zijn tegenover filmproducenten die daarover een collectieve actie hadden aangespannen. Volgens de filmproducenten was in Nederland een klimaat ontstaan waarin downloaden uit illegale bron als een verworven recht werd beschouwd. De filmproducenten weten dit aan uitlatingen hierover van de staatssecretaris van justitie.

Parlementaire immuniteit
De filmproducenten wezen op passages uit de parlementaire geschiedenis en andere uitspraken in het parlementair debat. Deze uitingen vallen onder de parlementaire immuniteit, die is vastgelegd in artikel 71 van de Grondwet. De rechter kan geen oordeel vellen over uitlatingen van bewindslieden en Kamerleden in het parlement.

Onrechtmatige uitingen in de media en het publieke domein
Uitingen van bewindslieden in de media en in het publieke domein zijn wel onderworpen aan rechterlijke controle. De filmproducenten wezen op een aantal voor 10 april 2014 gedane uitingen waaruit bleek dat downloaden uit illegale bron was toegestaan. De rechtbank acht deze uitingen onrechtmatig vanwege specifieke omstandigheden van het geval dat het bij herhaling gedane uitlatingen van de verantwoordelijk bewindspersoon zijn, die een niet voor misverstand vatbare boodschap bevatten, die in strijd is met het Europees recht. Als daarnaar wordt gehandeld, wordt inbreuk gemaakt op de auteursrechten van de rechthebbende filmproducenten. Daarom zijn deze uitlatingen onrechtmatig tegenover deze filmproducenten.

Achtergrond
Nederland kent een zogenaamde thuiskopieregeling. Deze houdt in dat bij de aankoop van dragers waarmee consumenten thuis kopieën kunnen maken van auteursrechtelijk beschermde werken (zoals gedownloade films), een heffing wordt betaald. Deze heffing voorziet in een billijke vergoeding voor de rechthebbenden. Tot 10 april 2014 werd in Nederland bij de toepassing van deze regeling geen onderscheid gemaakt tussen downloaden uit legale en illegale bron. Op 10 april 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat dit onderscheid wel moet worden gemaakt. Downloaden uit illegale bron is niet toegestaan en de thuiskopieheffing voorziet alleen in een billijke vergoeding voor downloaden uit legale bron.'



4 september 2018
2 jaar cel voor poging verkrachting bejaarde vrouw

'Een 24-jarige man uit Utrecht is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een celstraf van 2 jaar. Hij probeerde in januari van dit jaar in Utrecht een 77-jarige vrouw te verkrachten.

Poging tot verkrachting
Het DNA van de verdachte is aangetroffen op de jas, ondergoed en buik van de vrouw. Uit de verklaring van de vrouw blijkt dat de man haar de lift in heeft gevolgd. Toen zij de sleutel in de deur stopte werd zij door de man de hal van haar woning ingeduwd en gooide hij de vrouw op de grond. Hij probeerde haar te verkrachten, maar de vrouw bleef op hem slaan en bonzen. Dat het niet tot een verkrachting is gekomen is alleen te danken aan de 77-jarige vrouw zelf. Zij heeft zich uit alle macht verzet, zo blijkt ook uit het bij haar ontstane letsel.

Laffe wijze
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het uitgangspunt bij een poging tot verkrachting is 16 maanden. De rechtbank vindt dat er in deze zaak sprake is van een aantal strafverzwarende omstandigheden, waaronder de hoge leeftijd en de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Ook de laffe en berekenende wijze waarop de verdachte het misdrijf heeft gepleegd is strafverzwarend. '



4 september 2018
TBS met dwangverpleging voor dubbele poging doodslag in supermarkt Eindhoven

'De rechtbank Oost-Brabant heeft zojuist een 41-jarige man ontslagen van alle rechtsvervolging voor 2 pogingen tot doodslag in een supermarkt in Eindhoven.

De verdachte viel vorig jaar november 2 personen aan met een mes in een supermarkt in Eindhoven. Eerst sneed hij een bezoeker van de supermarkt met het mes in haar hals en daarna stak hij haar meerdere malen met het mes. Een medewerker die haar te hulp schoot werd daarna door de man gestoken. Beide slachtoffers liepen ernstig letsel op. De man werd overmeesterd en aan de politie overgedragen.

Strafbaarheid
De man is onderzocht door een psychiater en een psycholoog. Uit hun rapporten blijkt kort gezegd dat bij de man sprake is van schizofrenie. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en beschouwt de man als volledig ontoerekeningsvatbaar. De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank oordeelt dat het vanwege veiligheidsrisico’s noodzakelijk is de man tbs met dwangverpleging op te leggen.

De rechtbank veroordeelt de man ook tot het betalen van schadevergoedingen van in totaal ruim 53.000 euro aan de slachtoffers.'



4 september 2018
Inhoudelijke behandeling onderzoeken Doorn en Roos uitgesteld

'De inhoudelijke behandeling van de moord op Hakim Changachi (Roos) en de voorbereiding van een liquidatie (Doorn) wordt door de rechtbank Midden-Nederland uitgesteld vanwege afwezigheid van één van de rechters. De zaken, waar in totaal vier verdachten terechtstaan, zouden vanaf volgende week maandag op Schiphol behandeld worden.

Uitstel
Eén van de rechters is ziek geworden en kan ook volgende week nog niet aanwezig zijn. De rechtbank concludeert dat het niet mogelijk is om de rechter op zo’n korte termijn te vervangen. Daar is het dossier te omvangrijk voor. De rechtbank realiseert zich dat dit zeer vervelend is voor alle betrokkenen, maar ziet geen andere optie dan het uitstellen van de inhoudelijke behandeling.

Pro-formazitting
De zitting van volgende week maandag wordt een pro-formazitting. Tijdens die zitting wordt gesproken over het voorarrest van de verdachten en het vervolg van de zaak. De resterende vijf zittingsdagen komen te vervallen. Het is nog niet bekend wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld, maar de rechtbank streeft ernaar om de zaak begin 2019 inhoudelijk te behandelen. Dit hangt af van de beschikbaarheid van alle procespartijen en de zittingsruimte bij Schiphol.'



4 september 2018
Celstraffen voor jarenlange fraude bij SGL

'Een gevangenisstraf van 2,5 jaar voor de oud-bestuurder van de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL). Dat is de uitkomst in een omvangrijke fraudezaak en een langlopend proces, waarin de rechtbank vandaag uitspraak heeft gedaan. De vriendin van de oud-bestuurder krijgt een gevangenisstraf van 8 maanden voor haar betrokkenheid bij de zaak.

Een luxe leven op kosten van SGL
Verdachte was vanaf 2001 enig bestuurder van SGL en de medeverdachte, zijn voormalige secretaresse, kreeg de rol van directrice bij onderaannemer Tara-manda. De twee brachten zichzelf vanaf 2005 steeds meer in een positie, waarin zij hun gang konden gaan met een groot deel van de gelden van SGL en Tara-manda.

Manege en warmbloedpaarden
Zo initieerde verdachte de aankoop van een manege en hij schafte namens SGL warmbloedpaarden aan, die niet door gehandicapten, maar door verdachte en zijn dochter werden bereden. Naast de paarden werden ook kosten voor paardrijlessen, concoursbegeleiding en het stallen, verzekeren en verzorgen van de paarden jarenlang door SGL en Tara manda betaald. Op deze manier verduisterde verdachte, deels samen met zijn vriendin, voor ongeveer 2 ton.

Villa’s
De door SGL/SZO gekochte villa’s in Arcen en Schinnen werden voor extreme bedragen verbouwd en ingericht voor privégebruik. Voor het bewonen van de villa in Schinnen, waar de oud-bestuurder en zijn vriending ongeveer 6 jaar woonden, betaalde verdachte niets. Bij doorzoekingen werd voor een bedrag van ongeveer 70.000 euro aan kunstvoorwerpen van SGL gevonden. Verder kocht verdachte op rekening van SGL voor tienduizenden euro’s een fitnessband, dure horloges en een TV-/home cinema-set.

Anonieme tip
De zaak kwam aan het rollen na een anonieme tip van een oud-medewerker. Door een opzettelijk gebrekkige administratie, het niet-naleven van inkoopregels en het vervalsen van stukken kwam verdachte jarenlang met de fraude weg. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat mensen die kritiek op verdachte hadden of hem tegenspraken, konden vertrekken. Anderen, zoals leden van de Raad van Toezicht van SGL, werd bewust informatie onthouden, zodat geen zicht bestond op wat er daadwerkelijk met de budgetten van SGL gebeurde. Mensen van wie verdachte iets gedaan wilde krijgen, werden met geld van SGL gefêteerd en verdachte liet ook zijn dochter meeprofiteren van de middelen die hij via SGL tot zijn beschikking had.

Medeverdachte
De medeverdachte had een minder grote rol dan verdachte. Toen de relatie serieus werd, was het fraudepatroon bij verdachte al zichtbaar. Zij liet het gebeuren en werkte op onderdelen actief mee. Bovendien profiteerde zij volop van het luxe leven dat verdachte met haar op deze manier kon voeren.

Oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich gedurende vijf jaar herhaaldelijk schuldig gemaakt aan verduistering en valsheid in geschrifte. Deels deed hij dit samen met de medeverdachte. Zij leidden op kosten van SGL een luxe leven. Verdachte deed de uitgaven met geld dat bestemd was voor AWBZ-zorg. Het betrof dus gemeenschapsgeld, bedoeld voor het bekostigen van zorg voor mensen die zorg nodig hebben. In totaal gaat het om een bedrag van meer dan 1,2 miljoen euro.

Een bestuurder van een stichting als SGL zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen. Verdachte heeft echter gedurende een lange periode, bij herhaling en op ernstige wijze misbruik gemaakt van de positie waarin hij zich bevond. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Ook het feit dat verdachten nooit verantwoordelijkheid hebben genomen voor hun handelen, laat de rechtbank in hun nadeel meewegen.

Straf
Bij de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de redelijke termijn van berechting. Deze termijn is overschreden, waardoor de rechtbank de gevangenisstraf voor verdachten met een aantal maanden vermindert. Rekening houdend met deze feiten en omstandigheden en met wat in vergelijkbare zaken doorgaans wordt opgelegd, legt de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 30 maanden. De medeverdachte krijgt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden.

Op 2 oktober 2018 doet de rechtbank uitspraak over het bedrag dat als gevolg van de strafbare feiten aan verdachten zal worden ontnomen.'



4 september 2018
Celstraffen tot 4 jaar voor grootschalige drugshandel

'De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een 59–jarige vader en zijn
38–jarige zoon uit Breda veroordeeld tot celstraffen van 4 en 3 jaar wegens grootschalige productie en handel in drugs, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Ze werden in 2012 samen met 7 medeverdachten gearresteerd na een meerjarig onderzoek.

Cash op zolder
De verdachten maakten zich schuldig aan de feiten in de periode juli 2009 tot en met januari 2012. In het onderzoek werd onder andere gebruik gemaakt van afgeluisterde gesprekken uit de auto’s van de verdachten. Dit leverde belangrijk bewijs op voor de veroordelingen. Op zolder bij de ouders van de hoofdverdachte werden daarnaast meerdere valuta met een totale waarde van 6 miljoen euro aangetroffen. De rechter oordeelt vandaag dat dit bedrag wordt ingevorderd door de Staat.

Cocaïne niet bewezen
De straf van de hoofdverdachten valt enkele jaren lager uit dan door de officier van justitie geëist omdat niet bewezen kon worden dat de verdachten ook betrokken waren bij de handel in een partij van 400 kilo cocaïne. Twee medeverdachten worden om die reden vrijgesproken, terwijl de zaak van twee Belgische broers die ook verdacht werden niet-ontvankelijk wordt verklaard. Eén verdachte wordt veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur vanwege witwassen en het bezit van harddrugs en verboden wapens. Een andere verdachte wordt schuldig bevonden aan onder andere hennepteelt, deelname aan een criminele organisatie en verboden wapenbezit en krijgt een gevangenisstraf van 342 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk, opgelegd en een taakstraf van 240 uur. Eén verdachte is inmiddels overleden.'



4 september 2018
Veroordelingen voor onder meer gewelddadige overvallen in Rijswijk en Rotterdam blijven in stand

'De veroordeling van een man tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en tien maanden wegens onder meer twee gewelddadige overvallen in Rijswijk en Rotterdam in 2012 blijft in stand. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag.

Het gerechtshof in Den Haag achtte bewezen dat de verdachte onder meer betrokken was bij twee gewelddadige overvallen in Rijswijk en Rotterdam in 2012. Bij de woningoverval in Rijswijk op 22 maart 2012 werden de bewoners door twee gemaskerde mannen met geweld vastgebonden. Er werd onder dreiging van een vuurwapen een grote som geld en een groot aantal waardevolle horloges buitgemaakt. Bij de woningoverval in Rotterdam op 16 november van datzelfde jaar werd een Rotterdams gezin met kleine kinderen in hun woning vastgebonden. De overvallers scheidden de ouders en de jonge kinderen van elkaar en sloten ze urenlang in verschillende kamers op. Het Hof sprak de verdachte vrij van een derde overval in Honselersdijk op 5 november 2012.

De verdachte stelde na deze veroordeling beroep in cassatie in. In cassatie wordt onder meer geklaagd over de verwerping door het Hof van de verweren van de verdediging over het alibi van de verdachte en het door de verdediging geschetste alternatieve scenario. Ook vindt de verdediging dat uit het bewijs niet zou kunnen worden afgeleid dat verdachte als medepleger bij één van de overvallen betrokken was. De Hoge Raad oordeelt dat geen van de cassatieklachten kan leiden tot vernietiging van de uitspraak. De uitspraak blijft dan ook in stand.

De Hoge Raad heeft ook uitspraak gedaan in de zaken tegen twee medeverdachten. Eén werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij de overval in Rotterdam en heling maar heeft bij de Hoge Raad geen klachten ingediend over dit oordeel. De andere medeverdachte kreeg tien maanden cel wegens wapenbezit en handel in softdrugs. Ook deze uitspraak blijft in stand.'



4 september 2018
Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor zakenrelatie Endstra afgewezen

'Een verzoek van Van E. - een voormalige zakenrelatie van wijlen Willem Endstra – om een zogeheten voorlopig getuigenverhoor te bevelen is door het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep afgewezen. Van E. diende dit verzoek in ter voorbereiding van een civiele zaak tegen de erfgenamen van Endstra. De rechtbank Amsterdam wees dat verzoek op 26 oktober 2017 ook al af.

Claim op erfgenamen Endstra
Van E. stelt dat hij tussen 1984 en 1999 grote bedragen in contant geld aan Willem Endstra heeft toevertrouwd en naderhand herhaaldelijk tevergeefs heeft opgeëist. Daarna is een moordaanslag op hem gepleegd. Ook wil Van E. met een voorlopig getuigenverhoor bewijs verzamelen tegen de broer van Willem Endstra omdat hij vermoedt dat deze broer betrokken is geweest bij de moordaanslag.

Geen inzicht in rechtmatige herkomst van deel kapitaal
Het hof vindt aannemelijk dat het zeer aanzienlijke kapitaal dat Van E. aan Willem Endstra stelt te hebben verschaft, in ieder geval in overwegende mate bestond uit opbrengsten uit misdrijven, met name uit XTC-handel. Niet uitgesloten is dat het kapitaal deels wel een rechtmatige herkomst heeft gehad, maar Van E. heeft het hof daarin geen inzicht verschaft.

Verzoek in strijd met openbare orde
Ook is aannemelijk dat Van E. het - contante - geld heeft ondergebracht bij Willem Endstra wegens, zoals Van E. dat zelf noemt, diens reputatie als “bankier en vermogensbeheerder van de onderwereld” en met het doel om het geld uit het zicht van politie, justitie en de belastingdienst te houden. Van E. heeft bovendien jarenlang toegelaten dat Willem Endstra de gelden op eigen naam of op naam van zijn vennootschappen heeft geïnvesteerd zonder dat deze gelden nog op enigerlei wijze aan Van E. gekoppeld konden worden. Het hof concludeert dat Van E. de betrokken gelden bij Willem Endstra heeft gestald om te voorkomen dat hij ter zake daarvan voorwerp van strafrechtelijk onderzoek zou worden en dat over die gelden belasting zou worden geheven. Van E. heeft volgens het hof dan ook geen rechtens te respecteren belang bij zijn verzoek, dat strijdig is met de openbare orde. De Rechtspraak is immers niet bestemd voor de afwikkeling van geschillen over transacties met dergelijke criminele gelden of voor het faciliteren van criminele praktijken, waaronder ook het doelbewust vermijden van belastingheffing. Van E. maakt met zijn verzoek in zoverre misbruik van recht.

Betrokkenheid bij moordaanslag onvoldoende onderbouwd
Het hof vindt dat Van E. voor zijn vermoeden dat de broer van Endstra betrokken zou zijn geweest bij de aanslag op zijn leven ook in hoger beroep onvoldoende naar voren heeft gebracht. Ook heeft Van E. niet duidelijk gemaakt wat hij nu concreet wil bewijzen. Hoe het horen van de - zestien - opgevoerde getuigen aan bewijslevering zou kunnen bijdragen, heeft hij evenmin toegelicht.

Voorlopig getuigenverhoor
Een voorlopig getuigenverhoor is een getuigenverhoor in een civiele procedure. Een partij die wil inschatten of zij in een eventuele bodemprocedure iets kan bewijzen of wil voorkomen dat bewijs verloren gaat, kan de rechter verzoeken om getuigen te horen op een openbare zitting. Er is in deze procedure geen sprake van een eiser of gedaagde en de rechter geeft geen beslissing over de vraag wie er gelijk heeft in de bodemprocedure. (De bodemprocedure is de inhoudelijke rechtszaak, waarin partijen met al hun argumenten strijden om de vraag wie er gelijk heeft.)'



4 september 2018
(Flits)kredieten: informatievordering AFM buitenlandse ondernemingen toegestaan

'Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelt vandaag dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bevoegd is informatie te vorderen van in het buitenland (Marshalleilanden en Malta) gevestigde ondernemingen die in Nederland (flits)kredieten aanbieden. De AFM vorderde de informatie om te kunnen vaststellen of deze ondernemingen financiële diensten verleenden in Nederland zonder de vereiste vergunningen. De AFM legde de ondernemingen een last onder dwangsom op om de verstrekking van de informatie af te dwingen. Toen de ondernemingen geen gehoor gaven aan de vordering, ging de AFM over tot de invordering van de dwangsommen. Volgens het CBb is er géén sprake van het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden of de inzet van dwangmiddelen in het buitenland, omdat enkel sprake is van het toezenden van inlichtingenvorderingen, dwangsombesluiten en invorderingsbesluiten.

Wel had de AFM in de dwangsombesluiten een clausule moeten opnemen dat voor zover is gevraagd om de verstrekking van materiaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de ondernemingen, dit materiaal uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op de naleving van de wet en niet voor bestuurlijke beboeting of strafvervolging van de ondernemingen. Reden hiervoor is dat een (rechts)persoon niet aan zijn veroordeling hoeft mee te werken. Omdat zo’n clausule ontbreekt, is het hoger beroep van de ondernemingen gegrond. De AFM zal opnieuw moeten beslissen op de bezwaren van de ondernemingen tegen de dwangsombesluiten.'



3 september 2018
Verplichtingen PostNL voor zakelijke post geschrapt

'Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) deed vandaag na sluiting van de beurs uitspraak over het marktanalysebesluit over het vervoer van de 24-uurs zakelijke post. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) legde PostNL voor die markt toegangs- en tariefverplichtingen op vanwege haar dominante positie. ACM rekende daarbij alleen fysieke en niet ook digitale post tot de markt en dat is voor de vraag of PostNL dominant is van wezenlijk betekenis. De concurrentiepositie van PostNL ziet er namelijk heel anders uit als de markt ook uit digitale post bestaat.

ACM baseert haar marktafbakening op de karakteristieken van de fysieke post, die nogal afwijken van digitale post. Digitale post is aanzienlijk goedkoper en sneller. PostNL stelde daar een economische test (de zogenoemde SSNIP-test) tegenover, die juist een aanwijzing vormt dat digitale post tot dezelfde markt behoort. Het resultaat van die test maakt dat ACM tekort schiet in haar bewijs dat digitale post buiten de markt voor 24-uurs zakelijke post valt. Daarom houdt het marktanalysebesluit geen stand. Het CBb vernietigt dat besluit en schrapt daarmee de in dat besluit aan PostNL opgelegde verplichtingen.'



3 september 2018
Franse taxichauffeur krijgt celstraf voor smokkelen illegalen

'Een 45-jarige taxichauffeur uit Frankrijk is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van 278 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Hij smokkelde 3 illegale vreemdelingen Nederland binnen.

De verdachte bracht in mei van dit jaar enkele personen met zijn taxibusje naar een bosgebied in Liessel. Hij kreeg hiervoor een vergoeding van 1.200 euro. In het betreffende bosgebied werd door de politie een groep illegalen aangetroffen. Drie van hen herkenden de verdachte als zijn passagiers.

De rechtbank oordeelt dat de verdachte op z'n minst ernstige redenen had te vermoeden dat de drie - kort gezegd - illegaal waren. De rechtbank veroordeelt de verdachte daarom voor mensensmokkel. De man wordt vrijgesproken van het vervoeren van andere illegalen. Volgens de rechtbank valt op basis van het dossier niet vast te stellen welke andere personen in het busje van de verdachte hebben gezeten.

Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat mensensmokkel een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en in de samenleving grote onrust veroorzaakt. Een dergelijk delict ondermijnt niet alleen het overheidsbeleid voor de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot ons en andere Europese landen, maar draagt ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit. Bovendien wordt over de rug van meestal kwetsbare personen grof geld verdiend aan dit soort praktijken, die vaak gepaard gaan met mensonterende omstandigheden. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij uit puur financieel gewin een bijdrage leverde aan deze verwerpelijke praktijken. In matigende zin weegt onder meer mee dat dat hij een ondergeschikte rol bij de mensensmokkel had en dat hij een blanco strafblad heeft in Nederland en Frankrijk.

De 1.200 euro die de verdachte kreeg voor het vervoeren van de illegalen, is in beslag genomen en krijgt hij niet terug.'



3 september 2018
Ex-militair bestraft voor veroorzaken dodelijke verkeersongeval file Duitsland

'De militaire kamer van de rechtbank veroordeelt een 29-jarige ex-militair uit Almere voor het veroorzaken van dodelijk verkeersongeval op 10 september 2015 in Duitsland. De man krijgt een werkstraf van 216 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar.

De militaire kamer oordeelt dat de man onvoldoende anticipeerde op de verkeerssituatie, onvoldoende op de weg lette en te laat reageerde, waardoor hij met zijn militaire vrachtauto is gebotst op een auto die voor hem in een file stond. Hierdoor overleed 1 van inzittenden van de auto. Daarnaast raakten 2 mensen gewond.

Forse overschrijding redelijke termijn
De officier eiste dat de man veroordeeld zou worden tot een werkstraf van 180 uur en een rijontzegging van 1 jaar. Volgens de militaire kamer zouden de ernstige gevolgen van het ongeval en de opeenstapeling van nalatigheden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging rechtvaardigen. Maar het feit vond inmiddels bijna 3 jaar geleden plaats en de ex-militair heeft zich in de tussentijd niet opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Daarom vindt de militaire kamer de opgelegde straf passend.'



Bron: www.rechtspraak.nl.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl