Logo uwwet.nl wetgeving overwegingen rechter juridische bijstand jurisprudentie uitwerkingen rechtspraak juristen regelgeving uitspraken advocaten besluiten notaris wetten rechtsbijstand rechterlijke beslissingen toelichtingen rechtshulp
www.uwwet.nl is er voor iedereen. Wij bedoelen dan ook iedereen.
Bestudeer uw rechten en plichten op uwwet.nl
-
-
Nieuws


Datum en nieuws - juni 2011:


14 juni 2011
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak De Hond

Kern van de uitspraak
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Maurice de Hond tegen zijn veroordeling door het hof. Strafrechtelijke vervolging en veroordeling van Maurice de Hond is gerechtvaardigd. Dat De Hond in een civiele procedure al is veroordeeld, doet daar niet aan af.

Achtergrond
Maurice de Hond heeft, in de overtuiging dat in de Deventer moordzaak een onschuldige door de strafrechter is veroordeeld, in verschillende media en bij herhaling gezegd dat de moord is gepleegd door M. de J. (in diverse publicaties Ďde klusjesmaní genoemd). Diens partner werd door hem onder meer ervan beschuldigd dat zij hem een vals alibi heeft verschaft.
De Hond is ten laste gelegd dat hij met zijn uitlatingen opzettelijk de eer en goede naam van degenen die hij heeft beschuldigd, heeft aangetast.

Procedure bij rechtbank en hof
De rechtbank heeft De Hond op 22 november 2007 (LJN BB8525) vanwege zijn uitlatingen veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof veroordeelde De Hond op 13 oktober 2009 (LJN BK0036) in hoger beroep tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof heeft de door de civiele rechter uitgesproken veroordelingen meegewogen bij de strafoplegging.

Het hof heeft het recht op vrijheid van meningsuiting van de verdachte en de bescherming van de belangen van de aangevers afgewogen en geoordeeld dat een veroordeling gerechtvaardigd is. De verdachte ging te ver door een persoon aan te wijzen als dader terwijl een ander voor die moord onherroepelijk was veroordeeld. Bij zijn kritiek op het optreden van de politie in de Deventer moordzaak had de verdachte voor andere manieren kunnen kiezen. De volhardende beschuldigingen hebben een grove en onherstelbare inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers. Het hof heeft meegewogen het verschil in maatschappelijke positie en kwetsbaarheid tussen de verdachte als bekende Nederlander en de aangevers als gewone burgers.

Procedure Hoge Raad
De Hond (advocaat mr. G.G.J. Knoops in Amsterdam) heeft cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld tegen de uitspraak van het hof Amsterdam.

Op 11-01-2011 heeft advocaat-generaal mr. J. Silvis in zijn conclusie de Hoge Raad geadviseerd de uitspraak van het hof te vernietigen en terug te verwijzen naar het hof Amsterdam of een aangrenzend hof.

Uitspraak Hoge Raad
De Hoge Raad vindt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de strafrechtelijke vervolging van de verdachte niet in strijd is met de rechten van de verdachte. Verder heeft het hof op juiste wijze tegen elkaar afgewogen enerzijds het algemeen belang dat kan zijn gediend bij het zonder terughoudendheid uiten van kritiek op de waarheidsvinding in een strafzaak en anderzijds het belang van een gewone burger om te worden beschermd tegen herhaalde beschuldigingen van een ernstig misdrijf

De verdachte heeft in cassatie nog geklaagd dat het hof niet heeft beslist op het verweer dat de verdachte te goeder trouw kon aannemen dat de uitlatingen waarvoor hij terecht staat waar waren ( art. 261, derde lid, Sr). In dat geval zou hij vrijuit gaan.
Volgens de Hoge Raad heeft het hof wel op dat verweer beslist en heeft het dat verweer op toereikende wijze verworpen. Het hof heeft namelijk geoordeeld dat de verdachte op de vraag of de aangever op basis van het door de verdachte verzamelde bewijsmateriaal zou kunnen worden veroordeeld, nee heeft geantwoord. Desondanks gebruikte hij telkens stellige formuleringen waarin hij de aangever als moordenaar aanwees. Daarmee heeft het hof tot uitdrukkking gebracht dat de verdachte niet te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat zijn uitlatingen waar waren.

Ook voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen, met een zogenoemde verkorte motivering als bedoeld in art. 81RO. Dat betekent dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen aan de orde zijn gesteld die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Gevolg van deze uitspraak
De veroordeling door het hof is definitief geworden.



10 juni 2011
Vergoeding immateriŽle schade bij overschrijding redelijke termijn belastinggeschil

'Kern van de uitspraak
Bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen worden Ďspanning en frustratieí als grond voor vergoeding van immateriŽle schade aanvaard. Voor deze schade kan de belastingplichtige een vergoeding worden toegekend.

Achtergrond
Op grond van artikel 6 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) heeft iedereen recht op behandeling van een in dat artikel nader omschreven zaak door de rechter binnen een redelijke termijn. Belastinggeschillen vallen volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) buiten het bereik van artikel 6 van het EVRM. Een recht van belanghebbende op een schadevergoeding wegens een onredelijk lange duur van het proces kan in dergelijke geschillen daarom niet rechtstreeks op deze verdragsbepaling worden gebaseerd. De andere hoogste bestuursrechters (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven) kenden eerder al een vergoeding toe voor immateriŽle schade bij overschrijding van de redelijke termijn, ook in zaken die buiten het bereik van artikel 6 EVRM vallen.

In deze zaak gaat het onder meer over een naheffingsaanslag van de belastingdienst waartegen de belanghebbende bezwaar heeft gemaakt. Hij klaagt er onder meer over dat de bezwaarprocedure bij de belastingdienst onredelijk lang heeft geduurd, en vraagt daarom schadevergoeding.

Procedure bij hof en Hoge Raad
Het hof Arnhem heeft op 10 november 2009 (LJN BK5394) het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De belastingplichtige heeft cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

Advocaat-generaal P.J. Wattel heeft op 8 november 2010 (LJN BO5087) geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie dan wel het aanhouden van de zaak in afwachting van een aangekondigde wettelijke regeling.

Uitspraak Hoge Raad
Het rechtszekerheidsbeginsel is een rechtsbeginsel dat aan artikel 6 van het EVRM mede ten grondslag ligt. Dit beginsel schrijft voor dat ook belastinggeschillen binnen een redelijke termijn worden beslecht, in voorkomend geval na behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Uit de jurisprudentie van het EHRM over artikel 6 van het EVRM volgt dat bij overschrijding van de redelijke termijn, afgezien van bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie worden verondersteld, waardoor recht bestaat op vergoeding van immateriŽle schade.

De in aanmerking te nemen termijn gaat in op het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt.
Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden, moet ook in belastinggeschillen aangesloten worden bij de uitgangspunten die zijn neergelegd in de uitspraak van de Hoge Raad van 22 april 2005, nr. 37984, LJN AO9006, BNB 2005/337.
In de uitspraak van 22 april 2005 formuleerde de Hoge Raad als uitgangspunt dat de rechtbank de redelijke termijn heeft overschreden als zij niet heeft beslist binnen twee jaar nadat de termijn is aangevangen (tenzij sprake is van nader genoemde bijzondere omstandigheden). Voor zowel het hof als voor de Hoge Raad geldt als uitgangspunt dat uitspraak moet worden gedaan binnen twee jaar nadat het hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld.
Indien de redelijke termijn is overschreden, dient als uitgangspunt voor de schadevergoeding een tarief van Ä 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof Ďs-Hertogenbosch voor beantwoording van de vraag of, en zo ja in hoeverre, de redelijke termijn in deze zaak is overschreden, en voor beantwoording van de vraag of, en zo ja tot welk bedrag, een vergoeding voor immateriŽle schade moet worden toegekend.

Op 10 juni 2011 heeft de Hoge Raad in dezelfde zin uitspraak gedaan in de zaken met de zaaknummers 09/05113, LJN BO5087 en nr. 09/02639, LJN BO5046, betreffende een belastingzaak zonder boete respectievelijk een zaak over gemeentelijke bouwleges.

Gevolgen van deze uitspraak
Belastingplichtigen die onredelijk lang op beslechting van hun geschil met de fiscus over een belastingaanslag (NB gaat het om een boete dan werkt het weer anders) hebben moeten wachten, kunnen aanspraak maken op vergoeding van (materiŽle en) immateriŽle schade.'



9 juni 2011
Kerkstraat-springer veroordeeld

'De rechtbank Amsterdam heeft vandaag een Australische man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De man was vorig jaar uit een appartement op de derde verdieping van een huis in de Kerkstraat gesprongen en daarbij op een Braziliaanse toerist terechtgekomen. Het slachtoffer heeft daardoor een dwarslaesie opgelopen en zal de rest van zijn leven in een rolstoel blijven. De man moet ook het volledige bedrag van het door het slachtoffer gevraagde smartengeld betalen.

De rechtbank is van oordeel dat de Australische man niet expres op het slachtoffer is gesprongen. Hij had een psychose en hallucinaties, waaruit hij wilde vluchten door uit het raam te springen. Volgens de psycholoog en de psychiater was hij door de psychose ontoerekeningsvatbaar. Toch vindt de rechtbank dat de dwarslaesie aan zijn schuld te wijten is, omdat hij zichzelf - door onder andere het gebruik van cannabis - in een psychose heeft gebracht.

De rechtbank vindt het van belang om duidelijk te maken dat levensgevaarlijk gedrag, begaan onder invloed van verdovende middelen, met detentie bestraft wordt.'



7 juni 2011
Werkstraffen voor piloten Apache helikopter

'De militaire kamer van de rechtbank Arnhem heeft twee mannen van 43 en 26 jaar veroordeeld tot een werkstraf van respectievelijk 100 uren en 50 uren. Het gaat om de piloten (een gezagvoerder en vlieger) van de Apache gevechtshelikopter die op 12 december 2007 in de Bommelerwaard boven de Waal tegen een hoogspanningsleiding aanvlogen. Door deze draadaanvaring zaten duizenden huishoudens en bedrijven gedurende meerdere dagen zonder stroomvoorziening met een schade van tientallen miljoenen tot gevolg.

De twee piloten wordt met name verweten dat het bij de voorbereiding van de vlucht heeft ontbroken aan de vereiste zorgvuldigheid, omdat in onvoldoende mate aandacht is besteed aan hoge obstakels. Van een beroepspiloot mag verwacht worden dat hij wel rekening houdt met die obstakels. De militaire kamer is van oordeel dat dit de gezagvoerder in meerdere mate dan de vlieger is aan te rekenen en heeft dit verschil in verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in de strafmaat.'



7 juni 2011
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep verkrachter van 14-jarig meisje

'Kern van de uitspraak
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de door het hof opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaar. Omdat echter de redelijke termijn van behandeling in cassatie is overschreden, wordt deze straf verminderd met zes maanden, tot elf jaar en zes maanden.

Achtergrond
Een 54-jarige man trekt op 4 oktober 2007 in Exloo, gemeente Borger-Odoorn een 14-jarig meisje van haar fiets en dwingt haar onder bedreiging van een mes plaats te nemen in zijn auto. Hij rijdt met het meisje naar Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, en daar verkracht hij haar.

Procedure bij hof en Hoge Raad
Het hof Leeuwarden veroordeelt de verdachte op 23 juli 2009 wegens wederrechterlijke vrijheidsberoving en verkrachting tot een gevangenisstraf van twaalf jaar (LJN BJ3509). Het hof heeft in de motivering van de strafmaat mee laten wegen: de jeugdige leeftijd van het slachtoffer, de wijze waarop zij plotseling en onder bedreiging is meegevoerd naar een afgelegen locatie en de vergaande aard van de gepleegde seksuele handelingen. De verdachte heeft door zijn daden het leven van een onschuldig jong meisje volledig ontregeld en haar psychisch ernstig beschadigd, aldus het hof. Dat de verdachte in Duitsland reeds eerder is veroordeeld voor verkrachting en doodslag heeft ook meegespeeld in de beslissing van het hof.

Namens de verdachte is bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld door J. Boksem, advocaat in Leeuwarden.

Uitspraak Hoge Raad
De Hoge Raad verwerpt op 7 juni 2011 het cassatieberoep tegen de door het hof opgelegde strafmaat met een zogenoemde verkorte motivering als bedoeld in art. 81RO. Dat betekent dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen aan de orde zijn gesteld die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn van de behandeling van de zaak in cassatie wordt de opgelegde gevangenisstraf verminderd met zes maanden.'

































Bron: www.rechtspraak.nl.

-
-
WWW.UWWET.nl
Sinds 2009. Alle rechten voorbehouden.

Uwwet.nl